Ansel VS211 Manuale Utente Pagina 66

  • Scaricare
  • Aggiungi ai miei manuali
  • Stampa
  • Pagina
    / 321
  • Indice
  • SEGNALIBRI
  • Valutato. / 5. Basato su recensioni clienti
Vedere la pagina 65
65
Samenvatting der rhythmische kenmerken van de zinsgroepen met
afwijkende woordorde.
1. Voor zoover de zinnen een versregel beslaan, wordt de afwisseling van heffing
en daling gekenmerkt door enkele zeer bijzondere rhythmische typen, die verschillen
al naar gelang van de syntactische vormen der zinsgroepen.
2. Kenmerken van
alle
typen zijn:
a.
rhythme zonder voorslag is uitzondering.
b.
éen, twee of drie zware heffingen gescheiden door rekbare rhythmische
dalingen. In verzen met
drie
heffingen worden er twee meestal gedragen door
een syntactisch nauw verbonden woordgroep. Verzen met
éen
heffing zijn
alleen mogelijk bij stijgend rhythme in zinnen met aanloop.
c.
het verbum finitum staat niet in zware heffing. De heffingen worden gedragen,
bij voorkeur, door substantiva, den zin openende adverbia (
niet
door ‘doe’ ‘nu’,
‘daer’, ‘dus’), gepraefigeerde adverbia en verbaalnomina.
Hoe verleidelijk het moge zijn, vergelijking van deze uitkomsten met de
algemeene
beginselen van het oud-germaansche zins- en vers-rhythme moet worden
opgeschort, totdat bovenstaande regels van
afwijkende
zinscontructies met de
algemeene
kenmerken van het mnl. epische vers zijn vergeleken.
Vragen we ten slotte, welke zinsvormen het meest voor de hand lagen, wanneer
een dichter het oude rhythme wilde behouden, maar de verouderde woordschikking
vermijden. We komen dan tot een vooral in verband met de omschrijving van het
aoristisch praeteritum
1)
eigenaardige oplossing:
1) Bij dit onderzoek naar den
vorm
van zins- en versbouw kunnen we vraagstukken in verband
met de zins
beteekenis
, als de omschrijving van aor. praeterita, alleen aanstippen. Dat echter
de woordschikking van belang is bij de kenmerking van aoristische verleden handelingen,
blijkt uit de volgende verzen:
1109 Ane sinen hals
dat hine hinc
(
aor.
)
1110
Een ridder
heme doe halen
ginc
(
aor.
)
1111 Enen scacht starc ende groet
1112 In sijn hant
dat hine scoet
(
aor.
)
1113 Ferguut was utermaten blide (imperf.)
1114 Wel behagedem sijn gesmide (imperf.)
1115 Ende dat ors daer hi op sat (imperf.)
1116 Hine was noit te gemake bat (imperf.)
1117 In sinen stegereep
hi
hem
hief
(
aor.
)
1828
Elc
doe van hem besiden
scoet
(aor.)
1829 Hare scachte
si vernamen
(aor.)
1830 Sere
si
weder te gader
quamen
(aor.)
1831 Si saten vaste in haer gereide (imperf.)
1832 Si waren goede ridders beide (imperf.)
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Vedere la pagina 65
1 2 ... 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 ... 320 321

Commenti su questo manuale

Nessun commento