102
hij dus eene der vele bedieningen, die aan de Diaconie annex waren, als boekhouder,
scriba, enz.
1)
. Het brood, dat de Diaconie in haar eigen bakkerij op het Blauw Erf
achter de Nieuwe Kerk liet bakken, werd afgehaald tegen inruiling van broodloodjes
2)
.
Het ‘blinde beest’ met den grooten mond, die de kinderen bang maakt, is
waarschijnlijk Willem Dircksz. Hooft, waarover boven werd gesproken. En dan moet
de man, die nu volgt en die allen ‘te boven gaet’, Tobias van Domselaer zijn
3)
. Hij
werd ongeveer in 1612 geboren en was de oudste zoon van Evert (of Eduard) van
Domselaer († 1624), die eene bloeiende zaak in manufacturen dreef in de
Warmoesstraat, en van Clara Michielsdr. van Varlaer
4)
. Of Tobias den bijnaam ‘de
volle Maen’ verdiende, kunnen wij niet nagaan; op het Prentenkabinet is geen portret
van hem bekend
5)
. Maar wij mogen veronderstellen, dat, als Tengnagel in
De
Lindebladen
onder vele dichters ‘de Domselaren’ noemt, o.a. Tobias zich dien titel
had aan te trekken, al kennen wij ook geene verzen van hem. In 1660 heeft hij de
bloemlezing
Hollantsche Parnas
,
of verscheide Gedichten
uitgegeven, in 1665 eene
Beschrijving van Amsterdam
en later nog een paar compilatiewerken. In 1670 gaf
hij eene
Beschrijving der sieraden van 't tooneel
voor het geliefde drama van Bontius,
Belegering ende Ontsetting der stadt Leyden.
Als schrijver stond hij bekend als
purist
6)
. Van Dom-
1) Zie Wagenaar,
Amsterdam
, VII, blz. 517. - De inrichting van het Archief der Nederl. Hervormde
Gemeente te Amsterdam is niet van dien aard, dat een onderzoek eenig succes beloofde.
2) T a.p., blz. 535, 536.
3) Voor het volgende kon ik gebruik maken van aanteekeningen van De Roever in het
Amsterdamsch Archief, mij welwillend ter inzage verstrekt door Mr. W.R. Veder.
4) In 1629 is zij hertrouwd met Hendrik van Domselaer; in 1631 woonden zij in de Warmoesstraat
en werden geschat op een vermogen van ƒ 50.000 (vgl.
Kohier
, blz. 33).
5) Volgens mededeeling van Jhr. H. Teding van Berkhout, Directeur van 's Rijks Prentenkabinet.
6) Zie Te Winkel,
Bladzijden uit de geschiedenis der Nederlandsche letterkunde
, blz. 132.
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Commenti su questo manuale