Ansel VS211 Manuale Utente Pagina 53

  • Scaricare
  • Aggiungi ai miei manuali
  • Stampa
  • Pagina
    / 321
  • Indice
  • SEGNALIBRI
  • Valutato. / 5. Basato su recensioni clienti
Vedere la pagina 52
52
nominale deel van het praedicaat niet in een daling past. Er ontstaan dus verzen
van het type:
241 Achter étene si slápen gìngen
269 In een dál si geréden quàmen
370 Wélna hi tebórsten wàs (geen voorslag)
765 Enen mántel si hálen gìnc
826 Den cnápe hi vrágen begàn
1153 Een wáter
dat
hi líden soùde
1444 Fergúut si slápende vernàm
1968 Te sinen wért hi váren soùde
De drie gevallen van den zinsvorm ...S.... V. in een half vers zijn zeer merkwaardig:
264/5
1)
Die coninc hi hadt wel geheten
Enen cnape/
Op enen zómere hine leide
1549/50 Sijn wert wijsdem dien pat
Ter roken wert/
Sére hi hem bàt
3781/2 Hi sach daer hangen een dier ghereide
Van finen yvore/
Op dórs hijt leìde.
Deze zinnen beslaan de tweede vershelft,
zoodat het verbum het vers afsluit.
Het
enjambement is zeer stijlvol: de beide syntactische eenheden vormen ieder een
rhythmische
eenheid, geen
metrische.
De twee gevallen van een zin met den vorm ...S.... V. met
nominaal
S. bieden
niets opmerkelijks aan:
1247 Dit scicht die scone binnen heeft
1875 Noit smet bet slach hilt.
B. ...S.... V.....
Deze synt. vorm kan in den Ferguut niet in éen vers worden ondergebracht. Door
de verdeeling van den zin over twee verzen ontstaat in het eerste vers een zin van
het schema ...S.... V.,
omdat steeds het verbum finitum het eerste vers afsluit:
1) Volgens de verbetering van Prof. Verdam.
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Vedere la pagina 52
1 2 ... 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 ... 320 321

Commenti su questo manuale

Nessun commento