203
baar is voor het weinige, dat ze bezit, en ook voor de toekomst op Gods hulp
vertrouwt. Dergelijke tafereeltjes, waarover hier niet langer uitgeweid kan worden,
toonen aan, dat wij bij Post in eene nieuwere periode zijn aangeland. De mensch
heeft zijne plaats in de natuur gekregen, de bucolische herder, die als individu niet
te karakteriseeren is, heeft plaats gemaakt voor den deugdzamen landman der
sentimenteele geschriften.
Tot dusverre moest blijken, dat Post eenerzijds de algemeene gedachte voor
haar werk aan Hirschfeld ontleende, anderzijds te modern was, om zich geheel en
al bij hem aan te sluiten. Om te toonen, hoezeer Post ook in de uitwerking van haar
plan onder invloed van Hirschfeld werkte, volgt thans eene reeks parallellen in
bijzonderheden, die, zoo zij niet volledig mocht zijn, dan toch zeker het voornaamste
bevat. Men bedenke daarbij, dat het natuurlijk heel iets anders is voor een
achttiende-eeuwsch geschrift aan te toonen, dat de eene schrijver den anderen
nawerkt, dan voor een middeleeuwsch of zelfs een zeventiende-eeuwsch. Van
onmiddellijk overnemen is geen sprake, het blijft bij ideeën en voorstellingen, en de
uitwerking ervan is zelfstandig. Daardoor blijft de bewijsvoering altijd eenigszins
vaag. Gelukkig is die vaagheid in dit geval niet zoo heel erg. Na hetgeen nog volgt
en het voorafgaande, zal niemand meer betwijfelen, of Post heeft onder invloed van
Hirschfeld geschreven. Het gaat om bepaalde verschijnselen in de beschrijving van
het buitenleven, die beiden gemeen hebben, en die door hunne veelheid op iets
anders dan toeval wijzen. Somtijds zal de invloed van Hirschfeld het duidelijkst
blijken, wanneer enkele passages uit beide werken naast elkander afgedrukt worden.
De schildering van de bloemen.
Post br. 6: “Hoe stond ik verwonderd, nu
ik hier niet alleen plantjes en blaadjes
Hirschfeld n
o
. 8: ‘Welcher Reichthum,
welche Pracht hier in den Tulpen, und
vond: maar zelfs nette bloempjes, op
welche Feinheit in den Nelcken, die bald
hunne steeltjes zag pronken; deze
vertoonden open kelkjes; geene een
erscheinen werden! Die unnachahmliche
Mischung der Farben, die Harmonie, die
Mah-
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Commenti su questo manuale