280
Daarnaast staat
waendiwaers
,
waeniwaers
en
wanewaers.
Hier treffen we dus een
nieuwe variant aan, ontstaan uit versmelting met
wijs maken.
het gaet aen die bintriemen
(Hs. Deventer, fol. 79), in de betekenis van: het is er
treurig mee gesteld;
den sticke alte nauwe setten
(fol. 254
a
), in de zin van: de weg
te eng afbakenen, het iemand te lastig maken;
averecht nemen
(fol. 252
a
) = opvatten;
kint noch raet hebben
(fol. 185
d
). Dit laatste zou door een afschrijversfout vervormd
kunnen zijn uit
kint noch craet
, maar waarschijnliker lijkt mij een vervorming in de
volksmond van het onbegrepen ‘craet’, op dergelijke wijze als later uit die uitdrukking
‘kind noch kraai’ ontstond.
Ten slotte vestigen we de aandacht op een viertal spreekwoorden uit Hs. 667:
Over den nedersten tuyne gheetmen gherne tierst
(fol. 50
a
);
Aen den tekene bekint
men den man
(fol. 121
d
);
Alse menich hoeft
,
alse menich wech
(fol. 185
c
);
Die
mensche rijt herde sachte
,
die daer op eens anders hals sit
(fol. 220).
Utrecht.
C.G.N. DE VOOYS.
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Commenti su questo manuale