Ansel VS211 Manuale Utente Pagina 3

  • Scaricare
  • Aggiungi ai miei manuali
  • Stampa
  • Pagina
    / 321
  • Indice
  • SEGNALIBRI
  • Valutato. / 5. Basato su recensioni clienti
Vedere la pagina 2
2
bregdan
voor *
brigdil
of voor reeds geassimileerd
briddil
in de plaats gekomen.
BREM. Verwantschap met
braam
is aan te nemen: dre.
braom
‘brem’.
BUL, BOL, BALKEN. Naast
bole
‘stier’ heeft het on.
baula
‘koe’,
belia
‘loeien’ (van
een rund),
bylia
‘loeien’ (van den storm); over
e
naast
y
vgl.
balken.
Drentsch
beulen
‘loeien, vooral angstig, van koeien, schreien van kinderen’. Wat het onregelmatig
vocalisme betreft vgl. men, behalve het in Frank-Van Wijk onder
balken
vermelde,
nwfri.
bylje
‘blaffen, huilen’ (van een hond, den wind, enz.),
bylkje
(in 't ZW.) ‘blinken,
schitteren’, o.a.
bylkjende klean
‘opzichtige kleeren’, - nwfri.
bâlte
,
bôlte
(in de
Wouden vooral) ‘bulken, loeien als een rund, luid blaten van een schaap,
schreeuwen, razen van menschen, luid en aanhoudend schreien van kinderen’;
ook:
bâltsje
,
bjalte
, stadfri.
balke.
Hoe oud zulke afwijkingen zijn, is bij woorden van
dgl. bet. zeer problematisch. - Voor de bet. van
bole
enz. vgl. Zevenbergen,
Terheiden (z. Onze Volkstaal I)
looi
m. ‘stier’ bij
lojen
‘loeien’.
BULDERBAST.
Bast
vat ik op in de bekende platte toepassing ‘huid’, gezegd voor
den geheelen persoon zooals hd.
Haut
met met voorafgaand adj., en zooals men
ten onzent wel hoort '
t oud vel
(ook fri.) en
vel
als scheldwoord (hoewel beide van
een vrouw).
Bulderbas
zal ontstaan zijn doordien de voorstelling van het gemaakte
geluid leidde tot associatie met
bas.
Wat fri.
bolderb
(
l
)
ast
aangaat, de
l
is ingedrongen
uit
blast
, dat niet slechts ‘bluffer, windmaker’, maar ook ‘opvliegend, driftig persoon’
beteekent, evenals het Fri. Wb.
blastich
opgeeft in beide overeenkomstige bet. en
blastigens
zelfs alleen als ‘drift, oploopendheid’.
DAUWELEN. De afl. bij Frank-Van Wijk wordt bevestigd door de bet. ‘stoeien’ van
dawəlṇ
bij Gunnink, en van
dauweln
in Zweeloo (Dre. Wb.).
DEGER. Het Nl. Wb. i.v. noemt mnl.
deger
(adv. ‘geheel, volkomen’;
degherlec
‘in
hooge mate, zeer, erg’) ontleend aan
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Vedere la pagina 2
1 2 3 4 5 6 7 8 ... 320 321

Commenti su questo manuale

Nessun commento