Ansel VS211 Manuale Utente Pagina 310

  • Scaricare
  • Aggiungi ai miei manuali
  • Stampa
  • Pagina
    / 321
  • Indice
  • SEGNALIBRI
  • Valutato. / 5. Basato su recensioni clienti
Vedere la pagina 309
309
Waer yeder soo van aerd, wat soumen metter tyd
Het arrem eselkijn al lasten maecken quijt?
Hoe sou 't aenwassend juck ontwassen met den jaeren?
Wat wordter nu gespilt? wat soumen dan bespaeren?
Men had, in tijd van nood, een' schatkist sonder tal.
De Bie toch
was
vereerd met den lof, dat hij zich nooit schuldig gemaakt had aan
de misdrijven der anderen.
Vs. 172 kan nu ook geen bezwaar meer opleveren.
Siel
kan evengoed van een
levende als van een gestorvene gezegd worden. Maar vooral:
verknochten
is
praesens. Of het praeteritum
knocht
in de 17
e
eeuw nog voorkwam, weet ik niet.
Maar dat reeds toen uit het participium
verknocht
een praesens
verknochten
was
afgeleid, staat vast. Zie b.v. Hooft in
Tacitus
,
Jaarboeken
III, 26 ‘daar naa
verknochte
Numa het volk aan den godtsdienst’
1)
.
Het is volgens Vondel te bejammeren, dat er zoo weinigen aan De Bie gelijk zijn,
en hij vervolgt
Roskam
, vs. 166:
Maer nu is 't Muysevreughd, de kat sit in de val.
Ook zonder de hoofdletter zouden wij hier de persoonsaanduiding wel zien: Muys
en consorten spelen den baas. Misschien ligt in de tweede helft van den regel eene
ons nog verborgen toespeling op de machtsvermindering van een der tegenstanders
van Muys. Maar dit behoeft niet; gewoonlijk toch wordt deze verklaring bij het woord
muizenvreugd
gevoegd.
Het is duidelijk, dat deze laatste toespeling op Muys niet na diens dood kan
geschreven zijn.
De
Roskam
is dus wel zeker voor 28 Mei 1626 geschreven. Wanneer, wat mij
wel waarschijnlijk dunkt,
Muysevreughd
op de benoeming van Muys in den Raad
van State ziet, kunnen wij zelfs zeer nauwkeurig den tijd van de
Roskam
bepalen:
tusschen 13 Maart en 28 Mei 1626.
Bij deze laatste veronderstelling kan men
de kat sit in de val
ook zoo verklaren:
‘er is, nu hij zoo hoog geklommen is, niemand meer, die Muys voor het gerecht zal
durven brengen’.
1) Vondel,
Inwying van den Christen Tempel
vs. 47 zou het praeteritum kunnen zijn; maar het
is ook daar m.i. praesens.
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Vedere la pagina 309
1 2 ... 305 306 307 308 309 310 311 312 313 314 315 ... 320 321

Commenti su questo manuale

Nessun commento