Ansel VS211 Manuale Utente Pagina 56

  • Scaricare
  • Aggiungi ai miei manuali
  • Stampa
  • Pagina
    / 321
  • Indice
  • SEGNALIBRI
  • Valutato. / 5. Basato su recensioni clienti
Vedere la pagina 55
55
332 Sine gróte cólve dat hi bròchte
2330 Enen vásten scílt hi grèep
2501 Met lúder stémmen hi craihièrt
2630 Haer éerste geréchte dat si àten.
Verzen zonder rhythmischen voorslag zijn ook hier zeldzaam:
1786 Hárde tórnech dat hi wàrt.
Twijfelachtig is het rhythme van:
371 Útermaten sére hi ràn
Utermáten sére hi ràn
Útermáten sére hi rán.
Zware heffing van het verbum finitum schijnt onvermijdelijk te zijn in éen geval:
3686 Blídelike dat si áten.
De zinnen, die een half vers beslaan, leveren weer het bewijs, dat de dichter er bij
dit syntactische schema naar streeft, het werkwoord aan het
vers
einde te plaatsen:
314b (Die knape versachse)
niet sére hi loèch
}
378b (Sijn vader sagene)
sére hi loèch
}
2528b (Die dief versaecht)
niet sére hi loèch
}
2982b (Keye horde toe)
niet sére hi loèch
}
2314b (Die ridder sachse)
lúde hi rièp
}
3766b (die hi begreep)
wel lúde hi seide
}
475b (Hi greepene)
Int geréide hi sprànc.
De groepeering wijst op de eenvormigheid van den inhoud.
De zinnen met
nominaal
subject leveren door onzekerheid van de plaats der zware
heffingen het bewijs, dat het pronominale subject een onmisbare omstandigheid is
bij de vorming van het typische rhythme:
321 {Achter die plóech die cnápe làch
{Achter die plóech die cnape làch
2629 {Ter táflen výftien rídders sàten
{Ter táflen vijftien rídders sàten.
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Vedere la pagina 55
1 2 ... 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 ... 320 321

Commenti su questo manuale

Nessun commento