43
bij het zinsschema ..S.V... 2 van 9 gevallen } 5 van 21
..S... V... 3 van 12 gevallen } 5 van 21
Klaarblijkelijk vermijden de samengestelde verba het zinseinde.
Vatten we de gegevens van
alle zinnen met aanloop
samen:
1. In zinnen met aanloop is Pron. S. overwegend (410 van 560, dus 73%). In
zinnen zonder inversie is die voorkeur echter sterker dan in zinnen met inversie
(zonder inversie 124 van 134, dus 92%, met inversie 286 van 426, dus 67%). In
zinnen zonder inversie met oude woordschikking is pronom. S. bijna regel: 82 van
85, dus 96%.
2. Het pronominale S. staat nooit aan het
vers
einde.
3. Het samengestelde praedicaat heeft bijna zonder uitzondering inversie ten
gevolge, verbindt zich gaarne met een pronominaal subject, en het verbum finitum
vermijdt het zinseinde.
4. In 338 van de zinnen (426)
met
inversie (dus in 79%) volgt op V.S. nog een
zinsdeel.
In 21 van de 134 zinnen
zonder
inversie (dus in 16%) volgt op S.V. nog een
zinsdeel.
Terwijl dus het subject de laatste plaats in den zin vermijdt, kan men van het
werkwoord het tegendeel zeggen. Dat dit neerkomt op een groote voorkeur van het
werkwoord voor het
vers
einde, zal blijken uit de rhythmische verschijnselen dezer
zinnen
1)
.
Van de zinnen zonder aanloop onderzoeken we alleen die met oude woordschikking.
B. Zinnen zonder aanloop met oude woordschikking.
1.
S.... V.
56 enkelv. V. 52 samengest. V. 4
Bij deze zinnen moeten we onderscheiden de vele gevallen, waar het
tusschenstuk, dat S. en V. scheidt, enkel bestaat uit ‘ne’.
1) Vgl. blz. 52, 55, 63.
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Commenti su questo manuale