Ansel VS211 Manuale Utente Pagina 285

  • Scaricare
  • Aggiungi ai miei manuali
  • Stampa
  • Pagina
    / 321
  • Indice
  • SEGNALIBRI
  • Valutato. / 5. Basato su recensioni clienti
Vedere la pagina 284
284
natuurlijk
kuike
‘vr. kalfje’) tot *
keu
(phon.
) heeft geleid en dat dit is
gediphthongeerd; maar daarbij komt meer ter sprake dan hier behandeld kan worden.
- Vgl. nog ozwe.
kō.
KOEK. Ozwe. (naast
kaka
‘koek’)
kōka
‘Scholle’, in bet. aansluitend bij het reeds
door Fr.-V.W. vermelde nrw. dial.
kôk
‘aardkluit’.
KOEKELOEREN. Zeer twijfelachtig is oorspr. samenhang met
kokerol
‘cochlea’:
denkelijk heeft eerst Kil. of zuidndl. volksetymologie dit met ons woord verbonden.
Koekeloeren
toch laat zich verklaren zooals het sinds lang verklaard is: als koppeling
van twee ww. Zoo iets is mogelijk bij ww. die òf syn. zijn òf werkingen noemen welke
dikwijls samengaan, zooals in
hoesteproesten
(dat opgang maakte door
klankherhaling, en daarom in 't NO, wegens ongelijk vocalisme der ww., ontbreekt),
zooals
ruilebuiten
(niet in 't NO, om dezelfde reden; daarvoor bij Molema
kuutjebuten
),
hossebossen
, gron.
rallemallen
(z. Mo.) (ndl.
rallen
naast
rellen
‘babbelen, snappen’,
fri.
râlje
‘rellen, babbelen’). Dat ons ww. in alle tongvallen
oe
in 't eerste lid heeft,
verklaart men het best uit ‘Angleichung’ aan het tweede.
Koeken
, z. ben.
Dial. KOEKEN ‘kijken’ kan vermenging zijn van
kîken
en
loeken
; vgl. ndd.
kucken
uit
kîken
en een representant van hd.
gucken
?
Mnl. COERHUUS. Deventer nog (Draaijer)
kûrh s
‘een wachttoren, later koffiehuis’.
KOF. Bij Molema vindt men
kōffen
(met
ó
) en
kobben
(denkelijk eveneens met
ó
)
als een soort van handschoenen vermeld; als verdere verwanten heeft hij
kubbe
‘voorwerp van gevlochten teenen, waarin de bot voorloopig wordt bewaard’ (vgl.
ndl.
kub
(
be
)) en Westerwoldsch
kove
‘schaaphok’. Fr.-V.W. neemt met grond ‘holle
ruimte’ als oorspr. bet. aan; hierbij dre.
kuve
‘balie, melkton, houten of koperen
melkvat’ (Dr. Volksalm. 1839), ‘tweeoorige kuip of tobbe ter bewaring van melk’ (Dr.
Va. 1846).
KOL. Voor de oorspr. bet. ‘bezemsteel’ pleit vooral
op
kol rijden; z. Coster, T. de
Boer 5.
Kolrijer
als m. naast
kol
(z.
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Vedere la pagina 284
1 2 ... 280 281 282 283 284 285 286 287 288 289 290 ... 320 321

Commenti su questo manuale

Nessun commento