218
aver
‘naar, akelig’ is door 't Nl. Wb., als oorspr. fri., gelijkgesteld met ags.
áfor
enz.
IJZEN. De gebruikelijke verklaring der
ij
uit
ijs
is gezocht; veeleer is te denken aan
invloed van het syn. mnl.
grîsen
, met verwanten, onder welke
grîselijc
en
afgrîselijc
tevens uit
eiselijc
deden worden
îselijc.
Met
ei
nog zuidwest. fri.
eigensk
,
egensk
‘vreeselijk, schrikkelijk’. N. Brab. (Zeeland, Uden; z. Onze Volkstaal 1)
ēizen
,
èiselik
,
blijkens uitspraak der tweeklanken beantw. aan ndl.
ei
-vormen. In Bommelerwaardsch
ês
m. ‘ijselijkheid’,
êṡələk
, ‘ijselijk’ leven de parallelvormen zoowel van os.
egiso
m.
als van os.
egislîk.
Hierbij dial.
eisch
adj., z. Molema
aisk
, waarbij nog Uddel (Taalgids
6, 138)
aisk
‘walgelijk’ en ndd. vormen (z. Berghaus
aisaftig
,
aisch
enz., ook ww.
aisen
,
esen
).
IK. Mnl. nnl. nwfri. bij geïsoleerd gebruik ook
ikke
(blijkens een plaats in het Mnl.
Wb. ook wel eens vóór het ww.). Dit herinnert aan ohd.
ih
(
c
)
ha
‘egomet’, dat verklaard
wordt uit ogm. *
eka
, waaruit ook on. vormen als ozwe.
iak
,
iaek
, ode.
jak
,
jag
enz.,
ook reeds
jeg
, runisch encl. -
ka
(hoewel men in den ohd. vorm ook wel
ih
+
â
ziet,
waarvoor ik geen parallel ken). Als voortzetting hiervan zou men
eke
verwachten,
maar dit kon door invloed van het veel gewoner
ik
licht zijn voc. wijzigen en moest
dan
ikke
worden geschreven. - Over
îk
z. ben.
in.
IN. Rekking als in hd.
ein
<
în
hebben Westerkwartier enz.
ien
(waarnaast geen
in
), nwfri.
yn
, Wangeroog (naast
in
‘in’)
în
‘thuis; in het schip’, Helgoland enz.
īn
‘ein,
herein’ en in comp. met verba. Ogm. zal de rekking evenmin wezen als bij
ik
(dial.
hd.
eich
,
îch
enz.; z. Behaghel § 144 in Grundr.
3
en Johansson Bezz. Beitr. 16, 169;
over fri.
îk
Siebs Grundr.
2
I, 1351).
INWILLIGEN zal wel van
wil
komen zooals
steenigen
van
steen
; vgl. oostmnl.
(
be
)
willigen
‘inw.’ met ohd.
wil
(
le
)
on
‘genegen zijn’ (en ‘begeeren, verheugen’); in
de bet. ‘overhalen, ergens toe krijgen’ zal oostmnl. (
be
)
willigen
wel van
willig
zijn af
te leiden.
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Commenti su questo manuale